Voetnoten

1.Dit verband is nu samengegaan met de Southern Presbyterian Church, en sindsdien heet het PCUSA (De Presbyteriaanse Kerk van de V.S.) terug

2. Eens was ik met Tim in het noorden van Schotland, waar hij na de dienst gelegenheid gaf om vragen te stellen. Omdat wij thuis gewend waren om na de dienst de preek te bespreken zag ik geen probleem om ook hier mijn mening te delen. Maar in deze situatie was het duidelijk anders: iedereen staarde mij, stomverbaasd, aan dat ik had durven spreken. Ze reageerden alsof plotseling een hond begon te spreken! terug

3. Ik wil mezelf hier beperken tot een bespreking van M/V rollen in het leven van de kerk omdat ik eerder al heb geschreven over het onderwerp van M/V rollen in het huwelijk in “The Meaning of Marriage: Facing the Complexities of Commitment with the Wisdom of God” (New York: Dutton Adult, 2011), hoofdstuk 6. terug

4. Zie Joh. 14:26: “Later zal de pleitbezorger, de ​heilige​ ​Geest​ die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd heb. terug

5. Zie Matt. 5:17-19: “Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.  Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het ​koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het ​koninkrijk van de hemel​ in hoog aanzien staan.” terug

6. Het leek voor mij duidelijk dat vrouwen niet uitgenodigd werden tot de leidinggevende rol van ouderling in de kerk. Omdat ik destijds stage liep bij de regionale raad van onze kerken en op het punt stond officieel kandidate te worden bij de Pittsburgh Presbytery moest ik mijn adviseur en verschillende commissies inlichten over mijn verandering van opvattingen en status. De avond dat ik voor de Presbytery moest komen voor de positie van “kerkelijk werker” maakte ongeveer de helft van de aanwezige predikanten en ouderlingen luide uitingen van hun afkeer! De Presbytery was verdeeld over deze kwestie en ik werd het onbedoelde mikpunt van een lang-uitlopend debat. De vergadering verzandde in een soort circus, en onderweg naar huis zei mijn predikant: “Wat moet ik de ouderlingen thuis wel niet vertellen over de vergadering van vanavond?!” terug

7. Zie bijvoorbeeld Grant Osborn zijn “A Comprehensive Introduction to Biblical Interpretation” (Downers Grove, IL.: Intervarsity Press, 1997) terug

8. Op die eerste literatuurlijst die Dr. Donald Hobson mij gaf voor mijn independent study aan Allegheny College stond ook een boek van Bernard Ramm, waarvan ik de titel tot mijn schande niet meer weet. (Waarschijnlijk “The Christian View of Science and Scripture” of “Special Revelation and the Word of God”). Ik herinner me wel, en heb daar al heel lang profijt van gehad, zijn uitleg hoe de Bijbel tegelijkertijd goddelijk geïnspireerd én geschreven is door onvolkomen mensen. Zoals ik me herinner stelde Ramm voor dat net zoals een ambachtelijke meester eerst de gereedschappen moet ontwerpen en maken om daarmee zijn kunstwerk te creëren, zo zorgde God (door zijn perfecte controle over alle aspecten van het leven) ook voor perfect-bekwame ontvangers van zijn Woord.  Zo is het geschreven Woord, net zoals het vleesgeworden Woord tegelijkertijd menselijk (met zijn eigen taalgebruik en andere bijzonderheden) en goddelijk 9dus zonder zonden of fouten). terug

9. De klassieke stelling over hoe de Bijbel volledig menselijk en toch (oorspronkelijk) foutloos en waar is voor alle tijden, is te vinden in J.I. Packer zijn “’Fundamentalism’ and the Word of God: Some Evangelical Principles” (Grand Rapids: Eerdmans, 1958). terug

10. Zelfs Gods plan om zijn volk te vrij te kopen, hoewel het ons toelijkt als een proces met veel fasen, was uiteindelijk een compleet plan “voordat de wereld gemaakt werd” (Ef. 1:4; verg. Matt. 25:34). terug

11. Deze uitdrukking is overgenomen van Phyllis Trible haar boek (uit 1984) met die titel, hoewel het niet echt ging over deze Bijbelteksten. Sindsdien is deze uitdrukking toegepast op elke Bijbeltekst die niet goed overkomt bij moderne hoorders of niet zo gemakkelijk te verklaren is. terug

12. Dit roept nog een vraag op, namelijk: “Wat was profetie? Was het gewoon een bemoediging vanuit Gods Woord of een directe openbaring van God, or iets daartussenin wellicht?” Voor onze bedoeling hier is dit niet echt belangrijk. Het is echter wel duidelijk dat in de profetie een waarheid over God werd overgedragen, en dit gebeurde in het openbaar door mannen en door vrouwen. En, dit werd dus niet gezien als tegenstrijdig met het “spreken” dat verboden wordt in 1 Kor.14 en de ‘authentein’ dat verboden werd in 1 Tim. 2. terug

13. Anthony Thiselton schrijft: “Waarschijnlijk wordt er verondersteld in dit verband (dat geen uitleg vereist voor de geadresseerden) dat het gaat om óf de fout niet te stoppen met spreken, óf meer waarschijnlijk de herhaalde zifterij van de profetische rede (zoals in vers 290, waarbij er wellicht sprake is van (1) herhaaldelijke onderbreking met kritische vragen, en (2) de mogelijkheid voor vrouwen om hun eigen mannen te ondervragen, vooral waar dit, zoals is uitgewerkt in de Didache, zaken van de dagelijkse levenspraktijk een onderdeel zijn van de … (bedissing?) (The First Epistle to the Corinthians [New International Greek Testament Commentary; Grand Rapids: Eerdmans, 2000], 1156). terug

14. Blomberg, Craig, “A Complementarian Perspective,” in “Two Views on Women in Ministry” (Stanley N. Gundrey, serie redacteur; Grand Rapids; Zondervan, 2005). Blomberg’s citaat is: Philip B. Paune, “Oude in 1 Timotheus 2:12,” geschrift dat gepresenteerd werd tijdens een vergadering van de Evangelical Theological Society (Atlanta, November, 1986). terug

15. James B. Hurley, Man and Woman in Biblical Perspective (Grand Rapids: Zondervan, 1981), 200. terug

16. Presbyterianen noemen hen “ouderlingen” en verdelen ze dan in regerende ouderlingen (over het algemeen leken die geen seminarie training gehad hebben en niet preken) en lerende ouderlingen (die wel seminarie training gehad hebben en die onderzocht zijn door en bevoegdheid gekregen hebben van een groter verband van kerken, de Presbytery, en die dus wel preken). terug

17. De nauwkeurige overlevering van de mondelinge traditie wordt voornamelijk in ongeletterde culturen beschouwd als een heilig mandaat. In 1 Koe. 11:2 zien we dat Paulus de gelovigen prijst omdat zij “vasthouden aan het onderwijs, net zoals ik dat aan jullie doorgegeven heb,” hetgeen duidelijk verwijst naar een geheel van dogmatische kennis waarvoor het uiterst belangrijk was dat dit zonder verandering behouden zou blijven. Ik herinner me mijn professor voor Engels, Dr. Paul Zolbrod, van Allegheny College, die Navajo volksverhalen opnam tijdens zijn zomervakanties om de volgende zomer terug te gaan met uitgeschreven kopieën. Voordat de oudsten van de stam toestemming gaven voor publicatie moesten deze vergeleken worden met de gezongen versie van degene die verantwoordelijk was voor het behoud van de mondelinge overlevering, want zijn nauwkeurigheid werd gezien als onaanvechtbaar. Typografische fouten konden wel voorkomen in het drukwerk, maar niet in het heilige bestand in het geheugen van de sjamaan. terug

18. Hurley, Man and Woman in Biblical Perspective, 191. terug

19. Idem, 193. terug

20. Ik spreek hier als Presbyteriaanse. In kerken met een ander beleid, waar de autoriteitsstructuur anders is, kan de taak van “leren met gezag” bij een anders genoemde groep of persoon liggen. Later meer hierover. terug

21. Sommigen hebben voorgesteld dat, nu we ‘het waarheidsbestand’ veilig vastgelegd hebben in de Schrift, we niet meer een groep ouderlingen nodig hebben die de waarheid moet bewaken en daarom onderscheid moet maken tussen ware leer en valse leer. Hoewel de woorden van een spreker nog steeds afgewogen moeten worden, moet dit nu gebeuren in het licht van de Schriften, waarschijnlijk door elke christen. Dit optimistische individualisme lijkt me misleid en bovendien door de kerkgeschiedenis bewezen niet te werken. Wanneer mensen in hun eentje met hun Bijbels gaan zitten en met allerlei verklaringen komen zonder de leiding van anderen die meer geleerd zijn dan zichzelf (de ouderlingen in 1 Tim.5:17 en degene die “hard onder u gewerkt hebben, die over u staan” in 1 Tess. 5:12-15), is verkeerde (non-apostolische) leer dikwijls het resultaat. Daarom (en ik spreek als Presbyteriaanse) is de taak van de ouderlingen vandaag net zo onmisbaar vandaag als in de tijd voordat de canon was vastgesteld. terug

22. Thomas R. Schreiner, “The Valuable Ministries of Women in the Context of Male Leadership,” in Recovering Biblical Manhood and Womanhood (onder redactie van John Piper en Wayne Grudem; Wheaton: Crossway, 2006), 212-13 heeft betrekking op dit gezichtspunt. terug

23. Hurley, Man and Woman in Biblical Perspective, 196. Hurley vervolgt met een nader onderzoek van de terminologie en grammatica en concludeert: “Het abstracte taalgebruik van Paulus duidt erop dat zijn instructies om een algemene, en niet zozeer een specifiek beperkte toepassing vragen.” terug

24. William J. Webb, Slaves, Women and Homosexuals (Downers Grove, Il.: Intervarsity Press, 2001). terug

25. Hoewel Webb niet zover gaat dat hij voorstelt dat we nu meer licht hebben over Gods wil betreffende homoseksualiteit, doet de homoseksuele gemeenschap dat juist wel. De uitdrukking “meer licht’ werd in de jaren negentig gebruikt in kerken die homoseksuele praktijken wilden accepteren als een geldige uitdrukking van seksualiteit. Zij zagen wel in dat er in de Schrift tegen gesproken werd, maar ze verkondigden dat ze “meer licht verwachtten”, net zoals de kerk dit gekregen had aangaande slavernij en de rol van vrouwen. terug

26. Zie bijvoorbeeld Mark Noll zijn meesterlijke publicatie The Civil War as a Theological Crisis (Chapel Hill: University of North Caroline Press, 2006). Het toont aan dat Christelijke slaveneigenaars de Bijbel verkeerd uitlegden over deze zaak. Ze zagen het woord “slavernij” en ze hadden slaven, dus verder keken ze niet. Deze enorme fout in uitleg moet ons wel tot bescheidenheid en nadenken zetten wanneer we op eigen houtje zaken van Bijbelinterpretatie uitleggen. terug

27. Velen die ik gesproken heb die dit standpunt innemen verwijzen naar John Stackhouse zijn werk Finally Feminist: A Pragmatic Christian Understanding of Gender (Grand Rapids: Baker Academic, 20050 als bron voor hun conclusie. terug

28. Eigenlijk schuilt hierin nog een veronderstelling, namelijk dat zij die dit standpunt innemen neutraal zijn over deze zaak. Hoewel het een cliché is om het te zeggen: “Niet beslissen is ook een beslissing!”. Personen met dit standpunt zeggen zelden of nooit: “De zaak is zo gecompliceerd, laten we de veilige kant dan kiezen in gehoorzaamheid aan God en daarom geen vrouwen bevestigen.” terug

29. Als Presbyteriaanse ben ik van nature bevooroordeeld om het eens te zijn met de Session (Classis) en de kerkenraad die het kerkrechtelijk gezag hebben. Als de kerk zo is ingericht dat iedereen (en dat komt op hetzelfde neer als niemand) dat gezag heeft, dan zou ik voorstellen dat het kerkelijk beleid herzien wordt. Kerkelijke tucht is een veelal verwaarloosd middel van genade in de Christelijke gemeenschap. terug

30. Helaas heb ik zelden veel theologische bezinning gezien in het volgen van persoonlijke speurtochten. Ze zijn vaker verhalen van een persoonlijk traject, waarbij de spreker reageert op serieuze misstanden door middel van overcompensatie. Relevante teksten worden dan vaak overgeslagen op grond van een sterk persoonlijk gevoel van voorkeur. Zie voorbeelden in: Alan F. Johnson, redacteur, How I Changed My Mind about Women in Leadership: Compelling Stories from Prominent Evangelicals (Grand Rapids: Zondervan, 2010). terug

31. Jim Henderson zijn meest recente boek The Resignation of Eve: What if Adam’s Rib is No Longer Willing to Be the Church’s Backbone (Wheaton, IL: Tyndale, 2012), verhaalt verschrikkelijke voorbeelden van misbruik van vrouwen in de kerk. Het zou een krachtiger betoog geweest zijn als hij de relevante Bijbelpassages gegeven had om daarmee aan te tonen dat de verantwoordelijke partijen juist niet naar de Schriften handelden. Woede, ook al is het gerechtvaardigd, verandert zelden iemand die kortzichtig is. terug

32. Ik ken een vrouw die gezegd werd dat ze moest ophouden met het uitdelen van kerkblaadjes achter in de kerk. Ze stond namelijk naast haar man en nam de helft van de kerkblaadjes om die aan de bezoekers uit te delen terwijl ze hen begroette. Maar dat mocht niet; ze moest dat soort werk aan haar man overlaten, want hij was diaken en “alleen een officieel bevestigde diaken mag kerkblaadjes uitdelen.” terug

33. Halakhah (hal-le-kha) betekent “het complete stelsel van regels en praktijken die Joden moeten volgen. Dit kunnen Bijbelse wetten, rabbijnse voorschriften, en bindende gewoontes zijn” (zie: jewfaq.org/defs/halakhah.htm). Het nakomen van de buiten-Bijbelse wetten en tradities wordt beschouwd als een manier om iemand op een veilige afstand van de zonde te houden. terug

34. Philip Zimbardo en Nikita Duncan, The Demise of Guys: Why Boys are Struggling and What We Can Do about it (TED Books: Ted.com, May 22, 2012). terug

35. Dit is niet de denkbeeldige dwaling van eeuwige onderdanigheid binnen de Drie-eenheid. Zover ik weet heeft een voorstander van de complementaire visie dit nog nooit geleerd, ook al wordt dat door egalitairen wel beweerd. Een van de hoofdregels in de polemiek (en, trouwens in alle publieke conversatie) is om niet standpunten toe te schrijven aan de tegenpartij die zij niet houden. Jezus zijn onderwerping aan de Vader was beperkt tot zijn tijd als mens op aarde, net zoals onze eigen rollen van leiderschap en onderwerping (beperkt zijn tot onze tijd op aarde, vert.). Op de nieuwe aarde zullen we allen Gods zonen en de bruid van Christus zijn. terug

36. John Stott kwam tot een andere conclusie dan Lewis; hij baseerde dit op eenzelfde begrip van authentein als ik heb voorgesteld. Hij besloot dat, omdat de macht om tucht uit te oefenen in het Anglicaanse systeem rust bij bisschoppen en niet bij priesters, dat daarom vrouwen wel priester maar geen bisschop mochten zijn. Hoewel ik redenen heb om het hiermee oneens te zijn respecteer ik hem voor zijn erkenning dat er iets is in de zaak van M/V rollen in de kerk dat onze gehoorzaamheid vereist, en dat hij zijn best doet om dit in zijn eigen traditie gestalte te geven (zie John R. W. Stott, The Message of 1 Timothy and Titus [The Bible Speaks Today; Downers Grove, Il.: Intervarsity Press, 1996], 82). terug

37. En ik zou zeggen, ook in het huisgezin, omdat 1 Timotheüs 3:15 verwijst naar “Gods huisgezin,” en Efeziërs 5 de huwelijksrelatie koppelt aan de relatie van Christus tot de kerk. terug

38. “Wettelijke en economische gelijkheid zijn essentiële ‘lapmiddelen’, genoodzaakt door de zondeval en voor de bescherming tegen allerlei wreedheid… Laat ons gelijkwaardigheid dragen; maar laat ons dat elke nacht afleggen” (C. S. Lewis, “Equality,” uit Present Concerns: A Compelling Collection of Timely, Journalistic Essays [London: Collins Fount, 1986], 17-20; oorspronkelijk afgedrukt in The Spectator 172 [11 februari, 1944]).  terug

39. C. S. Lewis, “Priestesses in the Church,” in God in the Dock: Essays on Theology and Ethics door C. S. Lewis (redactie Walter Hoope; Grand Rapids: Eerdmans, 1970). Een online versie van dit essay kan gevonden worden op www.ldolphin.org/priestesses.html. terug

40. Ann Voskamp, One Thousand Gifts (Grand Rapids: Zondervan, 2010). 154-55. terug