Het 3-D Verbondsmodel

In mijn boek “Praying for Rain” stelde ik al voor dat “het Genadeverbond” een steeds diepere vulling krijgt in de Bijbel. De gaven worden rijker en de verplichtingen die daaraan gekoppeld zijn wegen zwaarder. In de eerste plaats is duidelijk dat Gods zelf-openbaring steeds rijker wordt.

We zien dat duidelijk in de Romeinenbrief.

(1) In de tweede helft van het eerste hoofdstuk zegt Paulus
dat God zichzelf heeft geopenbaard aan “de mensen”[1], maar de
mensen hebben de waarheid van God ingeruild voor het dienen van geschapen
dingen. Hier gaat het over de gehele mensheid: Ook hier heeft God zich
geopenbaard en eist hij dat ze daarnaar leven door God te zoeken en te gehoorzamen.

(2) De Joden hebben een rijkere ervaring in het Woord[2]: de wet
en de profeten. Zij hebben echter niet naar zijn woord geleefd: de wet werd
overtreden en de profeten werden gedood. We lezen hierover in hoofdstuk 2 en
het eerste deel van hoofdstuk 3.  Paulus
legt uit dat in deze verbondsdimensie ontwikkeling was van Gods (gesproken en
geschreven) woord naar het vleesgeworden Woord. De wet kon nooit tot leven
leiden; ook Abraham werd al gerechtvaardigd door geloof (en zijn geloof bleek
uit gehoorzaamheid). Alles draait dus om de genade die we ontvangen door Jezus
Christus.

(3) Nadat hij ingaat op het spanningsveld aangaande de zonde[3], komt
hij uit bij de transformatie en vernieuwing door de gave van de Geest[4]. Voor
hen die Gods Woord duidelijker gehoord hebben en zijn zegen ervaren hebben is
ook de verantwoordelijkheid groter en zal de straf bij ongeloof en
ongehoorzaamheid ook groter zijn.[5]


God schept ruimte

Als illustratie heb ik de ontwikkeling van het genadeverbond
eerst voorgesteld als lagen die op elkaar gestapeld werden, maar uiteindelijk
dacht ik dat de verrijking van Noach naar Abraham en van Mozes (Wet) naar
Christus (Geest) zo groot is dat we beter kunnen spreken over een verrijking in
de vorm van meerdere dimensies.

Als er maar een dimensie
bestaat, dan hebben we slechts een lijn of lijnstuk.  Vergeleken daarmee geeft een tweede dimensie
veel meer ruimte: we hebben nu een vlak waarbinnen we veel richtingen op
kunnen.

Uiteraard biedt een derde
dimensie daarbij nog eens een enorme verrijking. Jezus zegt dat wij meer
gezegend zijn door zijn inwonende Geest dan zijn volgelingen die in Jezus’
gezelschap verkeerden toen hij nog op aarde was[6].

Eerste dimensie: God geeft zijn Vader-zegen (schepping en
onderhouding) aan alle mensen. Hij heeft ze het leven geschonken en hij belooft
voor ze te zorgen. Dat wordt bijvoorbeeld gesymboliseerd door zonneschijn en
regen. Ze moeten dan wel God zoeken, alleen in Hem vertrouwen en in
dankbaarheid van zijn genade willen leven.

Tweede dimensie: Aan sommigen (na Pinksteren steeds meer
en in vele volken en culturen) openbaart God zichzelf in zijn Woord. Hij
belooft de gebroken relatie met de Vader te herstellen, de schuld te vergeven
en door zijn kracht de vernieuwing te bewerken. Het Evangelie (Goed Nieuws)
moet aan iedereen verteld worden, en hierin toont God zijn liefde dat iedereen
die het Woord hoort daarmee ook de daarin gestelde beloften krijgt aangeboden. Dan
moeten ze Christus (en met Hem al zijn beloften) wel in een echt geloof
aannemen.[7]

Derde Dimensie:
Aan sommigen van hen die het Woord horen geeft God geloof en zijn Geest. Het
geloof is weliswaar het werk van de mens, maar tegelijkertijd is het een
genadegave van God. In Jezus zijn gelijkenis van de zaaiende boer zien we
echter dat niet iedereen die het evangelie met blijdschap aanneemt ook
productief blijkt en trouw blijft.[8] De taak
van de gelovige is dus om rijke vruchten voort te brengen en stand te houden in
de strijd. Paulus roept de gelovigen dus steeds op om vrucht(en) te dragen voor
God en stand te houden in het geloof.[9] Niet
alle geloof is dus echt geloof dat ook leidt tot vruchten en standvastigheid;
ook voor gelovigen vandaag geldt een indringende waarschuwing: “Laat daarom
iedereen die denkt dat hij stevig overeind staat oppassen dat hij niet valt.”
(1 Kor. 10: 12)


Overzicht

Ontwerper:     De
Drieënige God

Doel:               Herstel
van Gods Koninkrijk op aarde

Opdracht:        Het
mooie van Gods Koninkrijk laten zien en horen

  Noach en Schepping Abraham-Israël Kerk en Zending
Belofte Onderhoud; Bescherming Belofte van groot volk en land Beërven van en met Christus regeren over de nieuwe aarde
Doelgroep De schepping, alle volken Allen die Gods Woord horen en Gods genade ervaren: Abrahams nageslacht > Israël Allen die Jezus aannemen als enige Verlosser en Hem willen dienen
Officiële instelling Na de Grote Vloed Noach Bij de Horeb berg De Hebreeën Pinksteren in Jeruzalem
Teken De (regen)boog:   Zon en regen Het bloed; Besnijdenis De Geest De doop
Genade gave Verlossing van verdrinking, Nieuw Leven Verlossing van de slavernij, Wet en Profeten Vergeving van schuld, Nieuw en eeuwig leven in Christus
Belofte Onderhouding Bescherming Zegen Geestelijke leiding
Verplichting Respect voor alle andere mensen; bescherming bieden? Vertrouwen en gehoorzaamheid (aan de Wet) Standvastigheid in het ware geloof; productie vruchten van de Geest
Opdracht God zoeken en dienen; alles goeds in Hem zoeken Een voorbeeld en magneet zijn voor de volken Alle volken (mensen) moeten geroepen worden tot bekering


Persoonlijke Toepassing

In het Oude Verbond was Israël Gods Volk en Jeruzalem het centrum van de eredienst.

Het was de bedoeling dat Gods
Volk als een licht in het donker zou functioneren zodat alle volken de zegen
konden vinden en krijgen. In de tijd van Jezus kwamen Joden uit de verstrooiing
en niet-Joden die de God van Israël zochten en dienden regelmatig naar
Jeruzalem. Toch gebeurde de primaire groei in Israël steeds door procreatie.

Dat verandert echter met de
komst van Jezus en de Heilige Geest. Nu is de Jeruzalem tempel niet het centrum
waar alle volken samenkomen; nu zijn de volgelingen van Christus de tempel, en
zij moeten het evangelie brengen aan alle volken. De belofte (de inwonende
Geest van God) was voor Abraham en zijn nageslacht, maar nu ook voor alle
mensen die geroepen zouden worden.[10]
En wij zijn de mensen waardoor die roeping moet gebeuren; door het vertellen
van het evangelie en ons voorbeeld als mensen die getransformeerd zijn door de
liefde van God in Christus en de kracht van de Heilige Geest.

In Israël kon elke Jood
zeggen dat hij/zij in het Genadeverbond betrokken waren omdat ze nakomelingen
waren van Abraham. Toch was het de bedoeling en opdracht dat ze zouden leven
als kinderen van Abraham in “vertrouwen en gehoorzaamheid”. De jongetjes werden
besneden aan hun mannelijk geslachtsdeel, maar allen moesten besneden worden in
hun hart. Dat wil zeggen; God was niet blij met een plichtsmatige
gehoorzaamheid dat voortkwam uit culturele traditie, uit ‘peer pressure’ of uit angst (voor Gods straf). Iedereen moest in
het hart getroffen worden met een diep besef van schuld en een
alles-overtreffende dankbaarheid voor God dat moest leiden tot vrijwillige en
hartelijke dienstbaarheid aan God. Daarom zegt Jezus tegen de Schriftgeleerden
dat zij die er prat op gaan kinderen van Abraham te zijn, zich als onwettige
kinderen gedragen omdat zij niet leven naar het voorbeeld van vader Abraham.[11]

Met Pinksteren zien we dat de
mensen waar de Geest deze transformatie teweegbracht zich lieten dopen, en zij
werden toegevoegd aan de gemeente; de volgelingen van Christus. De Gemeente is
niet slechts de plaats waar Gods Woord wordt gehoord en uiterlijk gehoorzaamd; het
is de gemeenschap van mensen die in een waar geloof het Woord horen en doorgeven.
Door de Geest herboren stellen ze zich vrijwillig ten dienste van God en van
zijn plan. (Uiteraard kunnen wij niet altijd zien bij wie het geloof echt is.
Standvastigheid en vrijwillige, overvloedige vruchten zijn vaak aanwijzingen,
maar ook hier zal er schijn-heiligheid zijn bij sommigen zodat ook in de kerk
tarwe en onkruid samen groeien (Matt. 13: 24-30).

Het genadeverbond is overgeschakeld naar de derde versnelling, en hoewel het nog steeds Gods genadeverbond betreft met dezelfde bedoeling zien we dat het bereik, de gaven en de verplichtingen verschoven zijn.

Als je van de evenaar naar de polen reist, dan ga je door verschillende klimaatzones, van tropisch via gematigd, naar arctisch koud. Als je van de voet van een hoge berg omhoog gaat, dan zal je eenzelfde ervaring beleven maar in een kortere tijd en afstand. Ik zie eenzelfde soort patroon in de achtereenvolgende fasen van het genadeverbond. Wat vele eeuwen duurde in de verbondsgeschiedenis gebeurt in veel korter tijd in het mensenleven van een volgeling van Christus.

Wellicht was het twee
generaties terug in Nederland heel anders, maar vandaag de dag weet de
gemiddelde jonge inwoner weinig of niets van God. Helaas denken veel “Christenen”
vandaag dat lieve en aardige mensen, ook zonder een waar geloof in Christus
behouden zullen worden, en dat we maar niet te luidruchtig moeten zijn in onze
evangelieverkondiging.

Toch is het, nu meer dan
ooit, onze opdracht om de mensen te vertellen over schuld, oordeel en
verlossing door het bloed van Christus.

Als iemand luistert naar het
evangelie dat wij brengen, dan mogen wij hen vertellen dat God ook hen
liefheeft. Het feit dat het evangelie aan hen gebracht wordt (en daarmee
verlossing belooft als het in geloof wordt aangenomen) geeft al blijk van Gods
liefde.

Als iemand die God nooit
kende geïnteresseerd is in de Bijbel en/of regelmatig de kerkdiensten bezoekt,
dan heeft ook deze persoon ‘de belofte’, waar Petrus over spreekt met Pinksteren.
Toch wordt zo iemand niet gedoopt totdat hij ook daadwerkelijk Christus wil en
gaat volgen.


Terug naar: Geloofsbegrip

Verder lezen: Kleine Kinderen in de Kerk


[1] 18Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel
over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid in
ongerechtigheid onderdrukken, 19omdat wat van God gekend kan worden, hun bekend is. God
Zelf heeft het hun immers geopenbaard.

[2] 17Zie, u wordt ​Jood​ genoemd. U steunt
op de wet en roemt in God,18en kent Zijn wil en onderscheidt wat
wezenlijk is, omdat u uit de wet bent onderwezen. 19En u bent van uzelf
overtuigd dat u een gids voor de blinden bent, een licht voor hen die in
duisternis zijn, 20een opvoeder van onverstandigen, een leermeester van jonge
​kinderen, omdat u in de wet de belichaming van de kennis en van de waarheid
hebt.

[3] De wedergeboren mens wordt
niet meer overheerst door zondige begeerten maar door de Geest van God. Hij/zij
wil oprecht God dienen en vindt vreugde in het gehoorzaam volgen van Jezus.
Maar dat wil niet zeggen dat de strijd tegen het kwaad is overwonnen.
Grensgevechten blijven doorgaan, zodat men er soms bijna wanhopig van wordt:
“Ik ellendig mens!”

[4]
8Wie zich door zijn eigen
wil laat leiden, kan God niet behagen. 9Maar u leeft niet zo. U laat u
leiden door de Geest, want de ​Geest van God​ woont in u. Iemand die zich niet
laat leiden door de Geest van ​Christus​ behoort ​Christus​ ook niet
toe. 10Als ​Christus​ echter in u leeft, bent u door de ​zonde​ weliswaar
sterfelijk, maar de Geest schenkt u leven, omdat u door God als rechtvaardigen
bent aangenomen. 11Want als de Geest van hem die ​Jezus​ uit de dood heeft
opgewekt in u woont, zal hij die ​Christus​ heeft opgewekt ook u die sterfelijk
bent, levend maken door zijn Geest, die in u leeft.

[5] 13Wee u, ​Chorazin, wee u, Bethsaïda!
Want als in Tyrus en Sidon de krachten gebeurd waren die in u plaatsgevonden
hebben, dan zouden zij zich allang, in zak en as gezeten, bekeerd hebben. 14Maar
het zal voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in het oordeel dan voor u. 15En
u, Kapernaüm, die tot de hemel toe verhoogd bent, u zult tot de hel toe
neergestoten worden. (Lucas 10)

            [6]
7Werkelijk, het is goed voor jullie dat ik ga, want als ik
niet ga zal de pleitbezorger niet bij jullie komen, maar als ik weg ben, zal ik
hem jullie zenden. (Joh. 16)

         [7]
1Aangezien de belofte om binnen te gaan in Gods rust nog steeds van kracht is,
moeten we ervoor waken dat iemand van u ook maar de schijn wekt deze
gelegenheid aan zich voorbij te laten gaan. 2Want aan ons is het goede
nieuws verkondigd, net als indertijd aan hen; maar anders dan voor wie het in
geloof aannemen, was het verkondigde woord voor hen niet heilzaam.

(Hebr. 4)

         [8]
20Het ​zaad​ dat op rotsachtige grond is ​gezaaid, dat zijn zij die het woord
horen en het meteen met vreugde in zich opnemen. 21Het schiet echter geen
wortel in hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd
of vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand. 22Het ​zaad​ dat tussen de
distels is ​gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar bij wie de zorg om
het dagelijkse bestaan en de verleiding van de rijkdom het woord verstikken,
zodat het zonder vrucht blijft. (Matt. 13)

[9] Wandel
door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. 17Want
het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die
staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen. 18Als u echter door
de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.

[10] 37Toen
ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan ​Petrus​ en
de andere ​apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ 38Petrus​ antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven
en laat u ​dopen​ onder aanroeping van ​Jezus​ ​Christus​ om
​vergeving​ te
krijgen voor uw ​zonden. Dan zal de ​heilige​ Geest​ u
geschonken worden, 39want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw
​kinderen​ en
voor allen die ver weg zijn en die de ​Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ (Handelingen
2)

[11] 37Ik
weet wel dat u nakomelingen van ​Abraham​
bent. Toch wilt u mij doden, omdat er in u geen ruimte is voor wat ik
zeg. 38Ik spreek over wat ik gezien heb bij mijn
Vader, u doet wat u gehoord hebt van uw vader.’ 39‘Onze
vader is ​Abraham,’
zeiden ze. Maar ​Jezus​ zei: ‘Als u echt ​kinderen​ van
​Abraham​ bent, zou u moeten doen wat ​Abraham​ deed. (Johannes 8)