Neemt God risico’s?

Heeft God alles van tevoren besloten zodat de toekomst in feite vastligt,
of heeft Hij mensen de vrijheid gegeven om zelf beslissingen te maken (bijvoorbeeld of vooral of ze Hem willen dienen of niet)?

Het lijkt erop dat beide beweringen niet beide tegelijk waar kunnen zijn.
Als God alles (al) besloten heeft, hoe kunnen wij dan echte keuzes hebben- daar is dan toch geen ruimte voor?
Als God wil dat alle mensen het evangelie aannemen en Jezus volgen, dan hebben mensen dus de verantwoordelijkheid om de juiste keuze te maken. Als ze die verantwoordelijkheid hebben, dan moeten ze dus ook de mogelijkheid hebben om voor of tegen te kiezen. Als er een echte keuze is, dan ligt de uitkomst dus niet vast, en dan heeft God niet alles in Zijn macht.

Er zijn tal van Bijbelteksten die aangeven dat God volledig over de geschiedenis regeert. Dat is één van de kenmerken van God. Als Hij niet in controle was, dan zou Hij uiteindelijk niet God zijn. Daarom kan God ook aan de profeten zeggen –zelfs in kleine details- wat er zal gebeuren in de naaste en in de verre toekomst*.
Tegelijkertijd geeft God leefregels aan mensen, en Hij wordt boos als die mensen zich niet aan Zijn regels van leven houden. Mensen moeten inderdaad verantwoordelijkheden en keuzes hebben.

Als we de Bijbel serieus nemen, dan moeten we beide waarheden volledig accepteren. Dat lijkt onmogelijk in ons denken, in onze logica. De beide waarheden lijken elkaar uit te sluiten. Normaal willen of moeten we dus één van de waarheden kiezen en vandaaruit redeneren.
Als God volledig in controle is, dan kiest God wie behouden wordt en wie verloren gaat. Mensen hebben geen echte keuze; ze zijn als poppen in een poppenspel, en God houdt de touwtjes in handen… Dat is iets dat mensen niet kunnen accepteren; dus hebben velen de menselijke (keuze)vrijheid voorop gesteld, en daarna gekeken wat voor consequenties dat moet hebben. Jacob Arminius was één van hen.
Als mensen echte keuzes maken vóór of tegen God, dan kan Hij dat niet van tevoren besloten hebben. Philip Yancey beweert dat God een risico heeft genomen door een stukje van Zijn soevereiniteit (goddelijke almacht) op te offeren zodat mensen inderdaad echte keuzemogelijkheden hebben. Het probleem is dan dat God niet langer meer in alles regeert. Als Hij risico’s nam in bepaalde aspecten van de geschiedenis, dan is ook de rest van de geschiedenis en de toekomst onzeker. Rechtlijnig doordenken heeft sommige theologen er dus toe gebracht om te beweren dat dit inderdaad zo is. God weet dan niet precies wat de uitkomst van de geschiedenis is, maar Hij is wel zo’n sterke God dat wij kunnen vertrouwen dat het uiteindelijk toch wel goed komt.

Door de eeuwen heen hebben Christenen over deze kwestie gedacht, gefilosofeerd, en gevochten. Onder de Christenen die nog geïnteresseerd zijn in de ware leer is men over deze kwestie vaak nog niet uitgepraat. De gereformeerden benadrukken de soevereiniteit van God. Ze zien het geloof in Christus dat verlossing brengt (vergeving van hun schulden en het eeuwig leven) vaak primair als een gave van God.
Deze instelling leidt regelmatig tot het ontkennen of negeren van het feit dat (in de Bijbel) mensen worden opgeroepen tot bekering en geloof; God zal niet voor hen gaan geloven!
Het leidt ook tot het probleem aan wie God dan het geloof daadwerkelijk gegeven heeft. Hoe kan ik weten dat ik één van die mensen ben aan wie God het geloof wil geven of heeft gegeven?
In sommige kerken wordt de indruk gewekt dat ieder kerklid dat zich aan de regels houdt en elk van zijn kinderen de onvoorwaardelijke belofte heeft dat ze verlost zijn door het bloed van Christus. De (kinder)doop, de mondelinge getuigenis (“Ik ben een Christen; ik geloof in God; Hij heeft mijn zonden vergeven”), een kerklidmaatschap (in goede staat) in een goedgekeurde kerk, en een moreel leven zijn dan voldoende om er van uit te gaan dat het wel goed zit. Als dit zo ongeveer gezegd of gedacht wordt, dan krijg je dus zelden in de prediking te horen, “Waar sta jij in je verhouding tegenover God? Stel je Hem wel centraal in je leven, en is dat te herkennen in je tijds- en geldbesteding? Heb je God lief boven alles… en waaruit blijkt dat dan?”
In andere, zogenaamde bevindelijke kerken worden de mensen wel regelmatig opgeroepen tot zelf-evaluatie. Daar gaan ze er niet vanuit dat iedereen in de kerkdienst al gelooft. Daar worden de gelovigen ook regelmatig gewaarschuwd ervoor te waken geen andere zaken centraal te stellen in hun leven, zodat Christus verstoten wordt van “de troon van hun hart” doordat afgoden worden uitgenodigd die plaats in te nemen. Maar als de nadruk dan toch gelegd wordt op Gods besluit voor of tegen persoonlijke uitverkiezing, dan kan dat weer grote moeite geven omdat mensen hopen op een teken of wonder om hen persoonlijk te bevestigen in hun geloof.

Als we de Bijbel goed willen begrijpen en willen leven zonder onverschilligheid of krampachtige angst, dan zullen we een onderscheid moeten maken tussen twee perspectieven: Gods eeuwige plan en Zijn dagelijkse omgang met de mensen. We komen daar in het volgende onderdeel op terug (Verbond en Uitverkiezing).

Zoals gezegd, we moeten Gods regering over alles en ook onze verantwoordelijkheid en vrijheid handhaven naaast elkaar. Mannen zoals Calvijn, Gomarus, Edwards, Packer, Carson, and Krabbendam hebben allen gewaarschuwd dat we beide polen tegelijk in het oog moeten houden. Als we slechts één van de waarheden als uitgangspunt nemen, dan krijgen we een vertekend beeld. Geen wonder dat anderen ons beeld dan als een karikatuur van de waarheid zien. Ook al zou men in gereformeerde kringen dus beter moeten weten, ook daar komt het regelmatig voor dat deze kwestie eenzijdig benadrukt wordt. Wellicht zijn de Dordtse Leerregels (opgesteld voor de Synode van Dordrecht in reactie tot de eenzijdige leer van Arminius) daar ook wel wat schuldig aan. Het is tenslotte normaal dat reacties tegen eenzijdige beweringen zelf ook eenzijdig zijn.

*Er zijn uiteraard mensen (die zich Christenen noemen) die niet geloven dat God dit kan doen, en dus wantrouwen ze de woorden van de profeten. Die Bijbelboeken moeten, zo beweren ze, later zijn veranderd. Naar mijn idee doet deze redenring tekort aan God, omdat men eist dat God volledig te begrijpen moet zijn door hun menselijk verstand.

Extra: Complementariteit