Zijn wij ‘zondaren’?

Bij heel veel vragen is er niet één eenvoudig antwoord mogelijk; we moeten twee of meer aspecten in balans houden.

De Bijbel gebruikt het woord ‘zondaar’ voornamelijk op twee of drie manieren:

1 Iemand die beheerst wordt door de zonde. Dat klinkt heel slecht, maar uiteindelijk betekent het dat een mens zijn leven niet naar God richt. Een ‘zondaar’ is iemand die zichzelf of een ander schepsel eert en dient in plaats van God aan wie alle eer toekomt.

2 Iemand die (regelmatig) zonde doet. Dat geldt voor elk mens. Jezus was de enige perfecte mens. Ook al kunnen en moeten we groeien in heiligheid, hoe meer we de heiligheid van God zien, hoe sterker we beseffen dat wij onvolmaakt zijn en dus niet aan Gods verwachtingen voldoen. Mijn jongste zus vroeg eens aan onze hoogbejaarde ‘Beppe’, “Het moet nu wel gemakkelijker zijn om God te dienen in uw leven?” Tot haar verbazing antwoordde Beppe, “Integendeel, ik begin steeds beter te zien hoeveel ik nog tekort schiet in mijn leven met Hem!”

3 In Jezus’ tijd gebruikte het volk het woord ‘zondaar’ voor hen die dingen deden die het volk als schandelijk betitelden. Dat is dus niet hetzelfde als wat God slecht vindt. Het woord ‘zondaar’ werd gebruikt voor hoeren en voor Romeinse belastinginners.

Het is vooral belangrijk om te letten op de eerste twee begrippen. Hier vinden we weer twee complementaire waarheden.

1 Er zijn goede en slechte mensen; ze worden vaak rechtvaardigen en zondaren genoemd. Ze zijn te herkennen in hun relatie tot God, maar ook in hun levensstijl. Psalm 1 kun je als voorbeeld gebruiken, maar via een website als www.Gateway.com kun je ook zelf heel gemakkelijk een woordstudie doen.

2 Er is niet één die goed doet; alle mensen zijn slecht. Dat lijkt de boodschap in psalm 14 totdat we verder lezen en begrijpen dat het om Israëls vijanden gaat. In Romeinen 3 gaat Paulus een stap verder; als je echt begrijpt wat God van ons wil, dan kom je tot het inzicht dat niemand dat uit zichzelf kan doen. Maar, Paulus gaat nog verder. In hoofdstuk 7 verzucht hij, dat –ondanks Gods Geest die in hem werkt- hij nog steeds vaak tekort schiet!

 

Als we het over ‘zondaren’ hebben, dan moeten we beseffen dat ook van echte Christenen (of je ze nu ware Christ-gelovigen of wedergeboren Christenen noemt, dat doet er m.i. niet toe) moet zeggen:

1 Ze zijn rechtvaardigen (dus geen zondaren) omdat ze gerechtvaardigd zijn in hun geloof.

2 Ze zijn zondaren in de zin dat ze nog steeds wel zonde doen; ze schieten nog steeds tekort in hun liefde voor God en de naaste.

Maar, daar komt nog een derde punt bij!

3 Ze leven niet meer als mensen die geregeerd worden door hun eigen begeerten, want ze staan nu in de dienst van Gods Geest. Lees bijvoorbeeld Rom. 8.

Mensen en kerken die punt 2 benadrukken vergeten vaak dit laatste punt. Ze lezen graag hoofdstuk 7, maar niet het hoofdstuk daarna. Daar staat dat gelovigen zich niet langer laten leiden door hun eigen begeerten, maar door de Geest van God. Vóór hun bekering stelden ze zichzelf centraal, maar dat is nu veranderd: de zonde is niet langer koning, maar de Geest van Jezus Christus, die in hun woont!

 

Ik zal heel open en persoonlijk zijn in een paar voorbeelden. In China was ik predikant voor ruim zeven jaar. Na een aantal jaren was mijn salaris (als leraar aan een internationale school) aardig gegroeid. Nu vond ik het oneerlijk dat ik in China én in Canada belasting moest betalen, dus ik gaf aan Canada niet al mijn inkomen door; alleen het bedrag dat ik in Canada op mijn bankrekening zette. Na een jaar of langer had ik daar grote problemen mee. Hoe kon ik als dienaar en getuige van God de overheid zo voorliegen. Ik begreep dat opbiechten me duizenden dollars zou kosten, maar uiteindelijk begreep ik dat het moest. Dat gaf bevrijding.

Tijdelijk leefde ik in zonde, maar uiteindelijk gaf ik toe aan de aandrang van Gods Geest.

Ik stond bekend als iemand die hield van China en het Chinese volk. Dat vond ik mooi; wellicht was ik daar ook wat trots op. Toch heb ik een paar keer bekend tegen mijn gemeente dat, wanneer ik vermoeid terugkwam uit de binnenstad, in een stampvolle metro, dat ik wel eens boos en ongeduldig werd op al die Chinezen, die mij geen plaats wilden geven. Dan besefte ik weer eens dat ik anderen niet liefhad als mezelf. Dit soort voorbeelden moesten helpen om kerkleden ertoe te brengen ook zelf hun leven eerlijk te evalueren om zo tot de erkenning te komen dat God perfect te dienen onmogelijk is voor iedereen.

In gereformeerde kringen hoor ik wel: “We zijn gerechtvaardigde zondaren!” Ik houd daar niet van, want dat wekt de indruk dat we nog net zo (kunnen, mogen) leven als vóór onze bekering. We zijn dan alleen veranderd in onze rechtspositie voor God, door het bloed van Christus. Dat doet tekort aan het werk van de Geest van God! Dat schept ook ruimte om ‘in zonden blijven leven’ te accepteren alsof dat er uiteindelijk toch niet toe doet. Dan zeggen predikanten, “Natuurlijk wordt je beheerst door zondige gedachten; we zijn toch allemaal zondaren?!” Mijn collega in Canada die gereformeerde geloofsleer mocht geven stelde, “We zijn allen volledig onbekwaam tot enig goed en bereid tot alle kwaad!” Ik herinnerde hem eraan dat de H.C. vervolgt met de uitdrukking, “…tenzij we wedergeboren zijn!” Aan de ene kant beweerde hij dat alle leerlingen (op basis van hun doop) al wedergeboren waren, aan de andere kant ontkende hij dat weer…

Volgende keer:  ‘Wat is Geloven?’