1 Het Gevaar van het Moderniseren van Paulus

 

Mount Everest is niet de enige berg beklommen door Sir Edmund Hillary. Neil Armstrong heeft veel stappen gemaakt die hem niet op de maan belandden. Krister Stendahl heeft, naast “De Apostel Paulus en het Zelf-bezinnende Geweten van het Westen” ook een aantal andere artikelen geschreven. Toch kennen we deze namen vandaag op grond van één moment van groot succes.

Uiteraard is de wereld van Stendahl zijn roem behoorlijk kleiner dan die van Hillary of Armstrong. Toch geldt zijn schrijven over het “zelf-bezinnende geweten” onder de geleerden van het Nieuwe Testament als één van de meest bekende en invloedrijke werken van de twintigste eeuw. Het was de bedoeling van hem (en velen geloven dat het ook gelukt is) om met Paulus te doen wat Henry Cadbury wilde doen met de Evangeliën toen hij “Het Gevaar van het Moderniseren van Jezus” schreef.

Als je Paulus optrekt uit de eerste eeuw na Christus, dan vervorm je hem. En de mensen van de Antieke Wereld (waar we Paulus ook onder moeten rekenen), waren schijnbaar niet gewend om aan “zelf-bezinning” te doen. Volgens Stendahl was het niet Paulus maar Augustinus die “uitdrukking gaf aan het probleem van het zelf-bezinnende geweten”, en dat hij wellicht de eerste was die dit deed.  Zijn “Confessiones” is het eerste grote werk in de geschiedenis van het zelf-bezinnende geweten. Van hem loopt er een lijn door tot in de Middeleeuwen, en die bereikt een climax in de boetvaardige worsteling van de Augustiniaanse monnik Maarten Luther. Onder hen die er serieus mee bezig waren bracht zelfonderzoek knagende onvrede in hun geweten, zodat ze zich wanhopig begonnen af te vragen, “Hoe kan ik genade vinden bij God?” “Het is in reactie tot deze vraag, “Hoe kan ik genade vinden bij God” dat Paulus zijn woorden over rechtvaardiging door geloof in Christus (en zonder werken der wet) zich voordoen als het bevrijdende en verlossende antwoord.”

Maar hun vraag was (volgens Stendahl, dus) niet de kwestie die Paulus bezighield. Paulus zijn grote zorg was omtrent “de plaats van de heidenen (niet-Joden) in de Kerk en in het plan van God.” Vandaar (beweert Stendahl) heeft “het Westen eeuwenlang (onterecht) vermoed dat de Bijbelschrijvers worstelden met dezelfde problemen als mensen (ongetwijfeld) vandaag de dag doen, maar waar zij in hun tijd zelfs niet over piekerden.”  “Waar Paulus bezorgd was over de mogelijkheid voor de heidenen om bijgesloten te worden in de messiaanse gemeenschap, worden zijn stellingen nu gelezen als antwoorden tot de speurtocht naar de verzekering van onze verlossing uit een algemeen menselijke probleemsituatie. 

Later vatte Stendahl zijn verschillen met Ernst Käseman (zijn meest bekende en felste criticus) samen als “Als eerste punt moeten we nagaan of Paulus de bedoeling had om met zijn discussie over ‘rechtvaardiging’ de vraag te beantwoorden, (1) hoe kan ik zin maken van Gods plan m.b.t. mijn roeping als apostel tot de heidenen, en hoe kan ik de rechten van de niet-Joden als deelnemers in Gods beloften verdedigen, of (2) de latere, westerse vraag, Hoe vind ik genade bij God?”

Hoe we Paulus zijn stelling dat men “gerechtvaardigd wordt door het geloof en niet door werken der wet” lezen, hangt tenminste gedeeltelijk af van de vraag waar de stelling op doelt.  Stendahl’s kernvraag en zijn antwoord worden tegenwoordig door veel geleerden gezien als bewezen feiten. En net als andere stellingen die volgens geleerden van het Nieuw Testament boven alle twijfel verheven zijn, ligt hier ook een kern van waarheid in.

De eerste volgelingen van Jezus waren Joden. Paulus, echter, werd ‘geroepen’ om apostel (gezondene) voor de niet-Joden te zijn (Rom. 1:1; 11:13). De vraag hoe zulke bekeerlingen samen met de Joodse gelovigen samen gebracht konden worden in één geloofsgemeenschap bracht onder de vroege kerkleiders heel wat meningsverschil. Moesten ze, net als de Joden, nu ook besneden worden en zich houden aan de Joodse voedselwetten, de Sabbatsviering, enzovoorts? Sommigen meenden dat dit moest, maar Paulus nam de leiding om daar tegenin te gaan. “Rechtvaardiging” werd een centraal thema in zijn brieven met betrekking tot de heersende discussie. Dit moet een zorgvuldige student van het Nieuwe Testament wel toegeven.

Het probleem openbaart zich echter in datgene wat Stendahl ontkent, en het is toch ironisch dat hij –door het moderniseren van Paulus- de suggestie maakte dat niet hij –maar juist anderen- Paulus hadden gemoderniseerd. Onze geseculariseerde eeuw heeft ongetwijfeld eerdere zorgen over de relatie tussen God en mens uit de aandacht weggedrukt (of zelfs helemaal onbegrijpelijk gemaakt). Ondertussen leven we in multiculturele gemeenschappen waar het van wezenlijk belang is om mensen van andere culturen te accepteren. In positieve en negatieve zin brengt Stendahl ons nu dus een Paulus die heel goed inspeelt op de agenda’s van vandaag. Brengt deze voorstelling ons echter ook dichter bij de echte Paulus van de eerste eeuw?

verder: Paulus aan Tessalonica en Korinte; Waar gaat het om?

terug: Rechtvaardiging opnieuw bekeken