Piper over “Geloven en Bekering”

John Piper schreef “Desiring God”

 

Net nadat ik over “Geloof en Bekering” geschreven had las ik hoofdstuk 2 in dit boek van John Piper

 

(Augustinus legt uit dat “goede werken” daden zijn die God blij maken.)

Als mensen alleen uit plichtsbesef de Heer willen dienen, dan zitten ze ernaast.

Als ze denken dat ze een grotere zegen krijgen of zelfs verdiend hebben door harder te proberen zich aan de regeltjes te houden, dan zitten ze ernaast.

Als ze zuchtend en mopperend door het christelijke leven gaan “omdat er zoveel dingen moeten”, dan zitten ze ernaast.

God is blij als wij beginnen te begrijpen wat Hij allemaal voor ons gedaan heeft en aan ons gegeven heeft, zodat we –in liefde en echte dankbaarheid- Hem in alles willen volgen, bereid zijn alles voor Hem op te offeren, en alles voor Hem willen doen, ook al worden wij in onze omgeving hier niet in gesteund, maar (wellicht zelfs) in belemmerd.

 

John Piper heeft het over “Christelijk Hedonisme” 

 

Hedonisme is het najagen van plezier en geluk. Dat is niet slecht of zondig. We moeten dit niet onderdrukken of tegenhouden. We moeten het juist aanwakkeren en stimuleren met zaken die echte en blijvende bevrediging geven. Het diepste geluk dat ook nog blijvend is kan alleen in God gevonden worden. Het komt pas echt tot uitdrukking als we het delen met anderen als “spiegels van Gods liefde”. Het najagen van het echte geluk is een belangrijk aspect van Godsdienst en deugdzaamheid.

 

John Piper schrijft over Bekering

 

Als iedereen inderdaad Gods koninkrijk zou binnengaan, dan hoefden we niet over bekering te spreken. Maar niet iedereen zal daar binnengaan: “want de poort is maar smal en de weg naar het leven is niet gemakkelijk, en slechts weinigen zullen die vinden.”

 

Iemand zou kunnen vragen: “Als bekering je doel is, waarom geef je dan geen eenvoudig en duidelijk bijbels antwoord: ‘Geloof in de Heer Jezus, en je zult behouden worden’ (Hand. 16:31)? Waarom moet je zo nodig een nieuw woord introduceren, als ‘christelijk hedonisme’?”

Mijn antwoord komt in twee delen. Eerst, we zijn omringd door mensen die niet bekeerd zijn en toch denken dat ze in Jezus geloven. Allerlei soorten mensen die om God noch gebod geven zeggen dat ze geloven. De wereld is vol met miljoenen mensen die niet bekeerd zijn maar toch zeggen dat ze in Jezus geloven.

Het helpt echt niets als je die mensen vertelt dat ze in Jezus moeten geloven. Deze zin is zonder inhoud. Het is niet mijn verantwoordelijkheid als prediker van het evangelie en leraar in de kerk om geliefde Bijbelse stellingen vast te houden en te herhalen.

Daarom gebruik ik andere woorden om uit te leggen wat geloven eigenlijk betekent. De laatste jaren heb ik mensen gevraagd: “Heb je Jezus als je Schat gevonden?” Niet slechts Verlosser (iedereen wil uit de hel, maar niet met Jezus). Niet slechts Heer (wellicht gaan ze zich met tegenzin onderwerpen). De sleutel is: Zie je hem meer dan alle dingen als het kostbaarste in je leven? Mensen die bekeerd zijn tot christelijk hedonisme zeggen met Paulus: “alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles.” (Fil. 3:8).

Dit leidt mij tot het tweede deel van mijn antwoord.

Er zijn andere duidelijke en praktische Bijbelse geboden naast “Geloof in de Heer Jezus, en u zult verlost worden.”  Door het benadrukken van “Christelijk hedonisme” kunnen we die andere geboden meer onder de aandacht brengen.

Wellicht is het duidelijker te zeggen: “Geniet van God” in plaats van: “Geloof in God”. Wellicht kunnen sluimerende harten klaarwakker gestoken worden als ze horen en begrijpen, dat “Ondanks een mens veranderd is in een ‘Christelijke Hedonist’ kan hij/zij het Koninkrijk van God niet zien!”

 

Bekering … houdt in dat er een omkering moet plaatsvinden (van zonde en ongeloof) en geloof (vertrouwen in Christus alleen voor verlossing). Dit zijn in feite twee kanten van een muntstuk: “heads” en “tails”: Een kant is “tail”: draai weg van de vruchten van ongeloof. De andere kant is “head”: draai je hoofd naar Jezus toe, en vertrouw op zijn beloften. Het een kan niet zonder de ander, net zoals je niet tegelijk naar twee kanten kunt kijken of twee heren kunt dienen.

Dit betekent dat bij echt geloof in Christus altijd een radicale verandering van het hart moet plaatsvinden. Geloof is niet slechts een beamen van bepaalde dogmatische stellingen. Op die manier kan satan ook geloven (Jac. 2:19). Echt geloof (dat behoudt) moet veel dieper en doordringender zijn.

 

Open de Deur van je Hart voor de Heer!

 

In hyper-Calvinistische prediking wil men niet spreken van “Christus aannemen”, want dan lijkt het alsof wij zelf iets moeten en kunnen doen. Dat zou niet gereformeerd zijn. Toch zegt de Bijbel duidelijk: “Bekeer u!” en het Griekse woord voor aannemen of ontvangen (lambanoo) is niet louter passief. Het duidt vaak meer ontvangen van een gast (Doe de deur van je hart open, en laat Jezus binnen) dan het ontvangen van post (Oh, kijk er ligt iets in de brievenbus).

Als wij van onszelf dood zijn in onze zonden en van God niets willen weten (als Hij beslag op ons leven legt), hoe kunnen we Hem dan zoeken en aannemen?

 

In de tijd dat ik hier met onze predikant over debatteerde, gaf ik onder meer natuurkundelessen. In een van die lessen (over magnetisme) stond een vraag over twee metalen staven, die precies hetzelfde leken. Toch was één ervan een sterke magneet en de ander slechts een staaf van ijzer. Hoe kun je erachter komen welke staaf de magneet is?*

Kijk, het probleem is dat ze elkaar aantrekken; daaraan kun je ze dus niet van elkaar onderscheiden! De domeintheorie zegt dat de magneet de eigenschap van de staaf verandert door groepen van deeltjes die erin zitten zich gaan richten volgens het magnetisch veld (van de nabij-zijnde magneet). Daardoor begint de ijzeren staaf zich te gedragen alsof het een magneet is, terwijl het eigenlijk de magneet is die de kracht veroorzaakt. Als de ijzeren staaf zo veranderd is, kan hij ook de magneet zelf aantrekken.

Na verloop van tijd, of door stoten en botsen kan de ijzeren staaf gemakkelijk haar magnetische kracht verliezen. Om dat te voorkomen moeten we het dicht bij de magneet houden en de magneet er regelmatig langs bewegen.

 

God moet eerst in ons werken met zijn Heilige Geest; wanneer dat gebeurt, dan begint er een bewustzijn wakker te worden waardoor we beseffen en erkennen dat we vreselijk tekortgeschoten zijn in ons leven met betrekking tot God. Als we dán–bewust van onze ellendige situatie- de liefde van God in Christus’ kruisdood zien, dan willen we Hem zoeken, kennen, en voor altijd blijven volgen. Wij zijn hier actief bij betrokken; God doet het geloven niet voor ons, maar wanneer we terugkijken, dan beseffen we, “Hij werkte het in ons!”

We moeten echter ook blijven werken met de mogelijkheden die ons gegeven zijn: de Bijbel lezen en bestuderen; de tijd nemen om te bidden; ons omringen met opbouwende Christelijke vrienden, boeken, en muziek.

*Maak een hoofdletter T van de staven. Als er weinig aantrekking is, dan staat de magneet boven, want de magneet werkt het best aan de uiteinden.