Toegwijd, geraakt, betrokken, aanstekelijk

Een nieuw jaar is een goed moment om even stil te staan en je te bezinnen op je gemeenschap – je kerk, je kring, je vriendengroep.
• Heb ik gelovigen gevonden die ik nodig heb om te helpen geloven (Hebr.3:12–13)?
• Haal ik het meeste uit déze contacten (Hebr.10:24)?
• Zien ongelovigen dat wij leven voor iets dat boven deze wereld uitgaat (Joh.13:35)?
Zes bijbelverzen hebben meer dat wat ook mijn visie op gemeenschap in de kerk gevormd .
Ze geven een levendig beeld van wat de eerste kerk kenmerkte – wat die gelovigen bij elkaar hield nadat Jezus hen op aarde had verlaten, wat hen inspireerde om alles achter te laten ten behoeve van zijn Koninkrijk, en wat hen het deed volhouden toen ze met afschuwelijke tegenstand en vervolging te maken kregen.
Hand.2:42–47 beschrijft deze geloofsgemeenschap voor onze christelijke gemeenschappen vandaag.
De tekst is kort genoeg om uit je hoofd te leren maar desalniettemin lang genoeg om voor jaren, zelfs tientallen jaren, het leven in een plaatselijke kerk vorm te geven.
Ze biedt ons in ieder geval vier kenmerken van ware christelijke gemeenschap.


1. Radicale toewijding, geen veelvoorkomende middelmatigheid
‘Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed… Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde’ (Hand.2:42, 46).
Toegewijd. Misschien kun je gemakkelijk een kerk bij je in de buurt vinden die wekelijks of misschien wel vaker diensten belegt, maar hoeveel van die kerken worden gekenmerkt door deze gepassioneerde toewijding voor Gods’ Woord en voor elkaar?

Dit was niet maar gelovige aanwezigheid of betrouwbare geestelijke routine. Het was radicale vreugde en liefde – met elkaar.
Waaraan waren ze toegewijd?
Aan de Bijbel en aan hun gemeenschap (Hand.2:42). Niet toegewijd zoals we dat kunnen zijn bij het nemen van goede voornemens op oudejaarsavond, maar zoals we dat zijn aan het iedere dag eten en drinken.
Zij waren dagelijks toegewijd aan Gods Woord en aan elkaar alsof hun leven ervan af hing, omdat ze er afhankelijk van waren.
Is jouw gemeenschap net zo toegewijd als zij?

2. Hartelijke genegenheid, geen saai formalisme
Wat gebeurde er toen zij zichzelf toewijden aan de Bijbel en aan elkaar?
‘Er kwam vrees over iedereen’ (Hand.2:43 HSV).
Denk jij over evangelisatie als een lezing ergens houden of folders uitdelen, om, een beetje wanhopig, ongelovigen er toch maar van te overtuigen zich te bekeren en mee te doen?
In deze kleine en kwetsbare gemeente gebeurde iets anders: vrees.
Via het verstand bereikt vrees het hart.
Het moet eerst het verstand bereiken.
Een gevoel of een kick leidt niet tot het echte leven of echte vreugde als het niet gebaseerd is op de waarheid over jou en over God (Rom.10:2). Daarbij gaat het in het christelijk geloof niet sec om de waarheid recht doen, maar om waarheid die onze harten raakt.
Als we niet geboeid zijn door Christus, kunnen we nauwelijks zeggen dat we in Hem geloven
Te veel mensen in te veel kerken houden zich bezig met het herhalen van steeds maar weer dezelfde waarheden – zingend, prekend en discussiërend – zonder daarbij te verwachten door God weer geraakt te worden.
Maar vrees is niet alleen maar de ervaring van bekering, maar van, dag in dag uit, geloof in de gemeenschap.
Als we zien hoe God harten raakt – in de ander en voor de ander – zullen onze harten opnieuw in verwondering ontvlammen.
Wordt jouw gemeenschap nog steeds geraakt door God?


3. Opofferende mededeelzaamheid, geen egocentrische ambities
De christenen in die eerste kerk werden in beslag genomen door een vibrerende, dynamische en persoonlijke kijk op God, maar dat weerhield hen er niet van zich op elkaar te richten.
Zij hoefde niet te kiezen tussen een kerk die zich vooral richt op God in de hemel en een kerk die zich vooral richt op de nood om haar heen op aarde.
‘Allen die geloofden, waren bijeen en hadden alle dingen gemeenschappelijk; en zij verkochten hun bezittingen en eigendommen en verdeelden die onder allen, naar dat ieder nodig had (Hand.2:44–45).
Het christelijke geloof isoleerde gelovigen niet om zich exclusief te focussen op hun relatie met Jezus, maar maakte iedere gelovige tot een levend lid van het lichaam van Christus – ieder van hen bezorgde datgene wat anderen nodig hadden van God naar degene die het nodig had.
Gods belooft om in al onze noden te voorzien (Mt.6:25–33), en op veel momenten (zo niet alle) voorziet hij in onze noden via andere gelovigen.
Hij geeft ieder van ons gaven, niet om jezelf mee te ontwikkelen of ontplooien, maar om aan te vullen wat iemand anders in echte nood mist.
God heeft ieder van ons genade geschonken, niet om het voor onszelf te houden maar om anderen daarmee te helpen (1 Pt.4:10).
Maar zonder afzien van je zelf en opofferende compassie eindigt genade in de opbergkast in plaats van dat het tot actie leidt.
De eerste christenen voelden zich zo veilig bij Gods beloften dat ze alles wat ze bezaten loslieten om anderen ermee te helpen
Voor de wereld die toekeek was het onverklaarbaar afzien van jezelf en belachelijk mededeelzaam.
Zoals later ook in Macedonië gebeurde: ‘ze zijn door ellende zwaar op de proef gesteld, maar vervuld van een overstelpende vreugde en ondanks hun grote armoede zeer vrijgevig’(2 Kor.8:2).
Vreugde die met nood in aanraking komt ziet er altijd uit als compassie en opoffering. Je kunt ook zeggen: het ziet eruit als het kruis (Hebr.12:2; 1 Joh.4:9–11).
Is jouw gemeenschap radicaal van zichzelf afziend en royaal naar elkaar?

4. Aanstekelijke vreugde, geen gesloten vriendenkliekjes
Als ik denk aan mijn kerk en onze huiskring is de zin die mij het meest raakt en inspireert de laatste in dit gedeelte: ‘De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden’ (Hand.2:47).
Al die toewijding, liefde en compassie werkte onweerstaanbaar aanstekelijk.
We meten onze kerk niet strikt in aantallen, omdat alleen God groei geeft, niet wij (1 Kor.3:7). Maar we mogen onszelf wel de maat nemen als er bij ons helemaal geen groei is. Als onze christelijke gemeenschap
betrokken is, maar niemand aantrekt moeten we onszelf serieus de vraag stellen op wie we dan betrokken zijn.
Iedere plaatselijke kerk in deze wereld heeft een mission-statement van de HEER zelf gekregen: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb’ (Mt.28:19–20).
God bedoelde niet dat sommigen van ons zich zouden bekommeren om evangelisatie en anderen zich op iets anders kunnen richten. Iedere christen en iedere christelijke gemeenschap is geroepen om verlorenen te winnen en op te bouwen tot christelijke rijpheid.
Het is Gods bedoeling dat elke echte uiting van echte liefde, vreugde en aanbidding aanstekelijk werkt. 
Is jouw gemeenschap er voortdurend op uit om mensen voor Christus te winnen?

Nu je het nieuwe jaar begint, probeer aan de hand van deze punten zwakke kanten of blinde vlekken in jouw kerk of huiskring bloot te leggen.
Ga er eens voor zitten en ontwikkel een visie voor hoe je de komende twaalf maanden wilt leven en elkaar dienen. Open de Bijbel en veranker elke droom en ieder plan in eigentijdse, makkelijk te onthouden woorden van God.
Met zijn majesteit als onze gids en zijn genade als onze brandstof zal Hij ons leiden en aan onze gemeenschap nieuwe leden toevoegen.