Hoe kun je liefhebben als je er niets bij voelt?

Onlangs maakte ik een heftige discussie mee.
Het ging over het gebod ‘heb je naaste lief als jezelf’.
Iemand zei daarover: ‘de betekenis hiervan is voor iedereen duidelijk. Verspil dus geen moeite met het je afvragen of je je naaste ook echt liefhebt, doe gewoon alsof dat zo is.’
‘Wat een onzin’ riepen gelijk een paar anderen.
‘Zo’n doen-alsof-mentaliteit past absoluut niet bij het christelijke concept van liefde.’ ‘Liefde die niet authentiek is, is geen liefde’.
‘Als je het niet voelt, kun je het ook niet doen’.
En zo ging de discussie nog een tijd door.


Wees meer dan de echte jij

In de ogen van de te tegenstanders van doen-alsof overtreedt je daarmee de wet van de zelfontplooiing of van het écht jezèlf zijn.
De psychologie heeft de huidige generatie geïndoctrineerd met de gedachte dat zelfontplooiing het hoogste goed is.
Als je niks voelt, is het niet authentiek en dus niet echt.
Tel daarbij op de definitie van liefde als een ‘exclusief warm gevoel diep van binnen’ en het is duidelijk dat moeten-doen-alsof-je-liefhebt zonder voelen niet klopt en haaks staat op liefde.
Het grootste probleem met ‘wacht totdat je het voelt’ is dat het meer uit Hollywood afkomstig is dan uit de Bijbel.
Het ondergraaft fundamenteel de twee grootste geboden van Jezus.
Het gebod om God met alles lief te hebben en anderen als jezelf, strijdt vaak met dit soort liefde, staat haaks op onze natuurlijke neigingen en relativeert onze zelfontplooiing:
• Heb je naaste lief als jezelf ongeacht of hij/zij je verkeerd heeft behandeld
• Heb je naaste lief als jezelf helemaal los van hoe populair hij/zij is
• Heb je naaste lief als jezelf compleet buiten beschouwing latend dat hij/zij de grootste ergernis vormt die je ooit bent tegen gekomen
Of, veel belangrijker:
• Heb God lief met alles lief, ongeacht hoe druk je het hebt
• Heb God lief met alles lief helemaal los van hoe boos je op hem kunt zijn
• Heb God lief met alles lief compleet buiten beschouwing latend hoe ziek, moe of in de war jij bent
Geen voetnoten, uitzonderingclausules of toevoegingen die deze twee geboden nuanceren.
Het ‘niet voelen’ vormt een probleem om te overwinnen, geen excuus om niet te gehoorzamen.


Doe alsof totdat Hij het doet

De mensen die hierbij spanning voelen hebben in zoverre gelijk dat idealiter ons gevoel aan onze liefdesdaden tegenover God en onze naaste vooraf zou moeten gaan.
Maar, behalve wanneer ik alleen ben, doet het dat vaak niet.
Ons gevoel is puberaal, het ene moment onderhevig aan gemopper en geschreeuw, het andere moment akelig stilzwijgend.
En verdrietig genoeg, bedreigt het vaak degenen die we het meest liefhebben.
De vraag is dus wat wij – aangezien het een realiteit is dat ons zondige gevoel niet volmaakt verlost is – in die situaties moeten doen waarop we ons niet liefdevol voelen?
Ik stel het volgende voor: doe alsof totdat Hij het doet.
Tegenstanders hebben gelijk als ze ageren tegen het doen-alsof-je-liefhebt omdat wij helemaal niets blijvends (kunnen) maken
Wij kunnen wel tijdelijke sympathie en compassie met mensen tevoorschijn toveren, maar een vanuit de grond van ons hart gevoelde verandering tegenover de ander waarbij God geëerd wordt en onze naaste echt geliefd komt uit God zelf voort (Gal.5:22–23).
Inderdaad, dat is alleen mogelijk als God ons een nieuw hart geeft.

Doen in geloof

Om die reden moeten wij handelen.
In plaats van wachten op het goede gevoel om te kijken of je iemand echt liefhebt dien je jezelf de vraag stellen: wat zou ik doen als ik het goede gevoel tegenover hem/haar had?
Zou ik van de bank afkomen en tegenover mijn vrouw excuses maken?
Zou ik mijn familie bellen die ik al in geen tijden gesproken heb?
Zou ik mijn buurman te eten vragen?
Gebruik je door God gegeven voorstellingsvermogen om in beeld te brengen hoe liefde eruit ziet en doe het dan.
En bid terwijl je dat doet.
We willen namelijk niet voor altijd leven met die kloof tussen doen en voelen en bidden daarom God dat dat niet het geval is.
We bidden – terwijl we wachten totdat we gelijk aan Hem zullen zijn (1 Joh.3:2) – vol verwachting tot God om onze verloste maar nog vaak toegeknepen harten meer ruimte te geven.
Al biddend handelen we alsof we voelen.
We voelen nog niks, maar vragen God of Hij het wil geven.
We reageren vriendelijk op de opmerkingen van onze collega alsof we hem/haar liefhebben, ondertussen vragend aan God om echte liefde voor hem/haar.
Een ander woord voor dit type liefde is ‘geloof’.
We bijten niet op onze tanden en doen alsof in de gewone betekenis van het woord.
We doen alsof en richten ons ondertussen op Christus en wachten op zijn Geest om af te maken wat hij in ons begonnen is (Fil.1:6).
Zonder geloof in onze daden doen we als de farizeeërs waarmee we God geen vreugde bezorgen (Hebr.11:6).


Groot geheim

Verbazingwekkend genoeg voorziet God vaak in het gevoel dat we nodig hebben op momenten waarop we handelen voordat we voelen.
C.S. Lewis schrijft daarover: ‘Zodra we dit doen ontdekken we één van de grootste geheimen. Als jij je gedraagt alsof je iemand liefhebt ga je hem daadwerkelijk liefhebben. Als jij je ergert aan iemand aan die jij niet mag, ga je hem daadwerkelijk minder mogen.
Het is waar dat jouw daden vaak voortvloeien uit je gevoel, maar het is óók waar dat je gevoel voortvloeit uit je daden.
Gebrek aan daden, uit naam van ‘authentieke liefde’ kan zomaar een stortvloed aan gevoel blokkeren dat anders – als je hàd gehandeld – misschien wel was overgestroomd.
Ik heb goede vrienden die ik eerst beslist niet mocht. Maar terwijl God in mij werkte, stond hij me toe om te doen alsof ik heb liefhad en spoedig erna volgde toen échte liefde. Hoe meer energie, tijd en gedachten ik aan deze mensen wijdde, hoe meer mijn hart ervan overtuigd raakte dat ik hen echt liefhad.
Liefde is een geschenk van God die hij vaak geeft als wij doen alsof voordat we voelen.

Hij heeft het al gedaan

Hoe meer ik probeer dit principe in mijn leven toe te passen, hoe meer toepassingen ik vind:
• Wordt je verzocht om angstig te leven? Hoe zou je je gedragen als je deze niet-goddelijke angst niet had? Doe dat en vraag God ondertussen om een bevrijdende angst voor Hem in plaats van voor mensen (Jes.8:12-13);
• Wordt je verzocht door bezorgdheid? Hoe zou het eruit zien als je God in die situaties met je hele hart vertrouwde (Spr.3:5)? Doe dat en vraag God om jou vrede te geven. (Joh.14:27);
• Wordt je verzocht door begeerte? Hoe zou het eruit zien als je in relatie tot dat meisje, die jongen of computerscherm God eerde? Doe dat en vraag God om de begeerte die nog steeds in je hart brandt te blussen.
Aan het einde van de dag doen wij alsof totdat Hij het doet, omdat uiteindelijk Hij het al gedaan hééft. ‘Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen’(2 Kor.5:17).

We doen niet alsof we zijn wat we niet zijn, maar wij eigenen ons toe wat we al zijn ook al voelen we daar misschien nog maar weinig van (Kol.3:1–17).
Als christenen doen we alsof we liefhebben, niet om de werkelijkheid te ontlopen maar om juist daarin voller te leven.