Geloof in een druppel water

Als jij leest dat God ‘oneindig veel meer kan doen dan wij vragen of denken’ (Ef.3:20), wat komt dan bij dat ‘oneindig veel meer’ bij jou naar boven?
Wat stel jij je voor bij ‘oneindig’?
Een druppel water blaast al je gedachten hierover waarschijnlijk omver.
Tijdens het eten vroeg onze jongste zoon: ‘pap, weet hij hoeveel moleculen er in een druppel water zitten?’ Aangezien mijn laatste scheikundeles al lang geleden is, antwoordde ik: ‘geen idee’. Hij zei: ‘ongeveer 6 biljard’. ‘Dat klinkt me als veel te veel’ antwoordde ik. Maar mijn zoon hield vol. Ik raadpleegde daarop iemand die er veel verstand van heeft en zijn antwoord luidde: ‘het is niet 6 biljard, maar 1,67 triljard. Voor alle duidelijkheid: een biljard heeft ‘maar’ 15 nullen (6000000000000000); een triljard heeft er 21 (6000000000000000000000). Het getal dat mijn zoon noemde was dus veel te láág.
1,67 triljard moleculen in één druppel water.
Heb je enig idee hoeveel dat wel niet is?
Als je tien moleculen per seconde zou tellen (wat veel is) zou het je meer dan 4 triljoen jaar kosten om alle moluculen in die druppel te tellen.
Er zitten meer moleculen in een eetlepel water dan er sterren staan in het universum.

Onder de indruk van een druppel

Zoiets doet je anders tegen een waterdruppel aankijken, nietwaar?
De heldere traan op je wang bevat een onwaarschijnlijke hoeveelheid.
Uit je oog druppelt iedere minuut een astronomisch aantal.
De moleculaire hoeveelheid die je drinkt in een glas water is net zo onmetelijk als de kosmos.
Denk je in dat er ongeveer 19868 druppels water in een liter gaan en er ruwweg 1239 triljard liters water op aarde zijn.
Over hoeveel druppels en moleculen hebben we het dan wel niet?
Reken maar eens uit en bedenk dan ook nog dat iedere druppel meer dan 5 triljard atomen bevat en meer dan 90 triljard quarks.
Deze aantallen doen je duizelen.

Wie is dit toch?

Deze werkelijkheden doen ons van verbazing achterovervallen als we ons herinneren wat Jezus deed.

De mensgeworden schepper van de wereld (Joh.1:3) bezat zoveel macht over wiskunde en moleculen alsof ze – letterlijk – een voetbank voor zijn voeten waren op het moment dat hij op het meer van Tiberias liep (Joh.1:14; Mt.14:25; Hebr. 2:8; Joh.6:1) — een meer dat ironisch genoeg genoemd was naar de op dat moment regerende Romeinse heerser.
‘Als een ‘voetbank onder zijn voeten’ is spreekwoordelijk bedoeld; de zee zou immers nooit op deze manier Tiberias’ leiderschap erkennen.
Daar staat tegenover dat toen de regering van Tiberias Jezus executeerde, deze geregistreerde dood zichzelf aan de voeten van de neerlegde (1 Cor.2:8; 15:20, 27).
Geen wonder dat de leerlingen vol waren van dit wonder.
Toen ze het meer Jezus zagen gehoorzamen, ‘waren ze geschrokken en zeiden vol verbazing tegen elkaar: ‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het water zijn bevelen gehoorzamen?” (Luk.8:25).

Inderdaad, wie?

Hun hele leven hadden ze over hem gehoord:
• ‘God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het’ (Gen.1:9)
• ‘In het zeshonderdste jaar van Noachs leven, op de zeventiende dag van de tweede maand, braken alle bronnen van de machtige oervloed open en werden de sluizen van de hemel opengezet. Veertig dagen en veertig nachten lang zou het op de aarde stortregenen’ (Gen.7:11–12)
• ‘Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de HEER liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur’ (Ex.14:21–22)
• ‘En wie sloot de zee af met een deur, toen ze uit de schoot van de aarde brak? Ik hulde haar in een gewaad van wolken en omwond haar met donkere nevels. Ik legde haar mijn grenzen op en sloot haar af met deur en grendelbalk, en zei: “Tot hiertoe en niet verder, dit is de grens die ik je trotse golven stel? ” (Job 38:8–11)
• ‘Soms daalden zij af naar zee, gingen scheep en bevoeren het wijde water, ze zagen de daden van de HEER, zijn wonderen op de oceaan. Hij sprak en ontketende storm, hoog zweepte hij de golven op. Zij stegen tot aan de hemel, vielen neer in de diepte, hun maag keerde om van ellende, ze tolden en tuimelden als dronkaards, alle kennis baatte hun niets’ (Psalm 107:23–27).
Terecht dat de leerlingen schrokken en verbaasd waren.
De onvoorstelbare werkelijkheid begon een beetje tot hen door te dringen: de man in hun boot was de ‘machtige God’ (Jes.9:6).

Onmetelijke macht

Voor deze storm betekende ‘machtig’ ook wel iets voor Jezus’ leerlingen.
Maar nadat ze het onstuimige meer van Tiberias voor Jezus hadden zien buigen kreeg het een nieuwe en andere betekenis.
Wat betekent ‘machtig’ voor jou?
De leerlingen wisten niets van moleculen, atomen, quarks of miljarden.
Maar wij leven in een tijd waarin wij in de dingen die geschapen zijn Gods eeuwige kracht en goddelijkheid waarnemen op zowel macro als micro niveau (Rom.1,20).
‘Alles is door Jezus ontstaan en hij schraagt de schepping met zijn machtig woord’;
(Joh.1:3; Hebr.1:3).
Er is geen stillen van een storm voor nodig; een druppel water is genoeg om onze gedachten te vullen met schrik en verbazing en ons te doen zeggen: ‘wie is dit toch?’
In de boot vroeg Jezus aan zijn leerlingen: ‘waar is jullie geloof’? (Luk.8:25).
De Heer die onmetelijk veel meer kan doen wat jij vraagt of bedenkt toont jou een druppel water en vraagt jou hetzelfde.