Leg de passiviteit af

Wat we denken maakt een enorm verschil in hoe we in het leven staan.
Wat we verwachten bepaalt hoe we reageren.
Als we vrede verwachten, nemen we aanstoot aan het moeten voeren van strijd.
Als we rust verwachten, nemen we aanstoot aan het moeten volhouden.
Als we vrije tijd verwachten, nemen we aanstoot aan hard moeten werken.
Het is daarom dat het zo belangrijk is om onze geest ‘voortdurend paraat te laten zijn en waakzaam te zijn’ (1 Petr.1:13).
Want de heilige Geest maakt in het Nieuwe Testament duidelijk dat we voorbereid dienen te zijn op een wrede oorlog, het lopen van een langdurende wedloop en ons bezighouden met het moeilijke werk van de landbouw.

Stel je in op actie

In zijn brief aan Timoteus gebruikt Paulus alle drie bovengenoemde vergelijkingen: ‘Deel in het lijden als een goed soldaat van Christus Jezus. Iemand die in krijgsdienst is, laat zich niet afleiden door het leven daarbuiten, want zijn bevelhebber moet tevreden over hem zijn. Een atleet wordt niet gelauwerd als hij zich niet aan de regels houdt. De boer die het zware werk doet, heeft als eerste recht op de oogst’ (2 Tim.2:3–7).
Paulus wil dat Timoteus en wij ‘nadenken’ over wat hij zegt.
Hij wil dat wij ons bezinnen op wat wij verwachten en denken, omdat Paulus weet hoe belangrijk dat is:
• ‘Wie zich door zijn eigen natuur laat leiden is gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil’ (Rom.8:5).
• ‘Velen gaan hun ondergang tegemoet. Hun god is hun buik, hun eer is schaamteloosheid en hun aandacht is alleen gericht op aardse zaken’ (Fil.3:19).
• ‘Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is’ (Kol.3:2).
In 2 Tim.2:3-7 wil de heilige Geest allereerst dat wij de instelling van een soldaat hebben.
Die is heel anders dan die van een burger.
Een soldaat verwacht te lijden onder de wreedheden en gevaren van de oorlog, een burger doet dat niet.
De Geest wil ook dat wij de instelling van een atleet hebben.
Die is heel anders dan die van een toeschouwer.
‘Een atleet die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles voor een erekrans’, een toeschouwer doet dat niet (1 Kor.9:25).
De Geest wil tenslotte dat wij de instelling van een boer hebben.
Die is heel anders dan die van een stadsmens.
Een boer verwacht dat hij – weer of geen weer – maanden hard moet werken en lange dagen maken, om oogst te krijgen, een stadsmens doet dat niet.
Burgers zijn tijdens een oorlog passief, toeschouwers zijn gedurende een competitie passief, stadsmensen zijn in zaai- en oogsttijd passief.
Als christenen worden we niet geroepen om passief te zijn.
We dienen ons in te stellen op actie.


Wat verwacht jij?

Soms is deze instelling om te voorkomen (om te waarschuwen voor ontmoediging) en soms om te herstellen (om moed nieuw leven in te blazen)
Het eerste is altijd nuttig, maar allemaal hebben we ook het tweede geregeld nodig.
We verliezen heel gauw het juiste perspectief en vergeten dat in onze tijd niet vrede de norm is maar oorlog; niet rust-roest de norm is maar waakzame zelfbeheersing; niet gemakkelijk-plukken de norm is maar zwaar ploegen.
Het zijn onze emoties die ons kunnen vertellen hoe onze instelling is.
Onze reacties laten onze verwachtingen zien.
Dus als wij bijvoorbeeld leven met bezorgdheid, teleurstelling, desillusies en wrok, moeten we nagaan waardoor die gevoelens gevoed worden.
Misschien zijn ze het resultaat van slaaptekort of overwerk en moeten we acht slaan op het bijbelse model van regelmatige sabbatdagrust en jubeljaar.
Maar in de regel worden deze gevoelens gevoed door verkeerde verwachtingen en is het nodig om onze instelling te veranderen.
Vraag jezelf daarom af: wat verwácht jij?
Waar ben jij op ingesteld?
Ben jij een soldaat of een burger?
Ben jij een atleet of een toeschouwer?
Ben jij een hardwerkende boer of een consument?
Denk erover na; ‘de Heer zal ervoor zorgen dat je dit alles ook begrijpt’ (2 Tim.2:7).

Leg de last af

Soldaten en boeren kunnen zich geen passieve instelling veroorloven.
Het maakt hen ineffectief en onvruchtbaar.
Passiviteit drukt een atleet neer en tast zijn uithoudingsvermogen aan (Hebr.12:1).
Daarom moet het afgelegd worden.
De eerste lezers van de Hebreeënbrief waren bezorgd, teleurgesteld en gedesillusioneerd omdat ze het juiste perspectief hadden verloren en waren vergeten waar ze waren.
Om hen te helpen hun instelling te veranderen schrijft de auteur: ‘Hef daarom uw slappe handen op, strek uw knikkende knieën, en kies rechte paden, zodat een voet die gekneusd is niet verder ontwricht raakt, maar juist geneest. Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien’ (Hebr.12:12–14).
De auteur wil hen herstellen door hen te helpen hun denken weer op ‘actie’ in te stellen.
Dat doet hij door hen tot actie op te roepen en hun passieve denken af te leggen.
Emoties, voortkomend uit misplaatste verwachtingen van vrede, rust en vrije tijd vragen om vertroeteld te worden.
Maar de bijbel vertroetelt niet; zij confronteert.
Dat is liefdevol en niet hard.
Want zulke verwachtingen vormen geen verlangens die ingewilligd moeten worden, maar een last die afgeworpen dient te worden.